Welzijn

Educatie

Conservatie

Kennisdeling

Statuten

Artikel 1: Naam en zetel
1. De stichting draagt de naam: Stichting our EARTH.
2. De stichting is gevestigd te Noordwijkerhout.

Artikel 2: Begripsbepalingen
1. In deze statuten wordt verstaan onder:
a. de stichting: Stichting our EARTH;
b. het bestuur: het voltallige bestuur zoals bedoeld in art. 5, 1e lid van deze statuten;
c. bestuursleden: de individuele personen die deel uitmaken van het bestuur;
d. huishoudelijk reglement: het reglement zoals bedoeld in art. 12.2 van deze statuten;
e. personeelsreglement: het reglement zoals bedoeld in art. 12.3 van deze statuten.

Artikel 3: Doel
1. De stichting heeft ten doel zowel binnen als buiten Nederland activiteiten uit te voeren teneinde:
a. welzijn en voortbestaan van dieren en planten, zowel gehouden als niet gehouden, te optimaliseren;
b. conservatie, soortenbehoud en biodiversiteit in de breedste zin van het woord te stimuleren en bevorderen voor zowel dieren- als plantensoorten, mede omvattend de gebieden waarin zij voorkomen zowel zijnde natuurlijke gebieden en/ of natuurgebieden als ieder ander gebied aan een derde toekomend;
c. educatie, kennisdeling en kennisborging, in de breedste zin van het woord, rondom dieren, planten en gebieden zoals in art 2, 1e lid onder b omschreven, te faciliteren en bevorderen.
2. De stichting tracht haar doel onder meer, maar niet uitsluitend, te bereiken door:
a. het op verzoek ondersteunen van reeds bestaande initiatieven, verenigingen, instituten en organisaties bestaande uit, maar niet uitsluitend particuliere houders, bedrijfsmatige houders, dierentuinen, tuincentra, opvangcentra, herplaatsingsorganisaties, kwekers, fokkers, importeurs, exporteurs, diergeneeskundigen, natuurbeschermingsorganisaties, opleidingsinstellingen, scholen, verenigingen, stichtingen en andere entiteiten die betrokken zijn bij het
b. kweken, houden, verkopen, opvangen, beschermen en andere activiteiten rondom dieren en planten;
c. op te treden als gesprekspartner voor politiek en overheidsinstanties op nationaal en internationaal niveau teneinde noodzakelijke beleidsveranderingen te bewerkstelligen;
d. namens de stichting dan wel ingehuurd door derden te procederen teneinde de doelstellingen van de stichting te bereiken;
e. het werven en beheren van fondsen teneinde voornoemde activiteiten te kunnen uitvoeren.

Artikel 4: Financiën
1. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door:
a. subsidies en donaties;
b. verkrijgingen krachtens legaat of erfstelling;
c. vergoedingen voor door de stichting verrichte prestaties;
d. alle andere verkrijgingen en baten.
2. Erfstellingen mogen door de stichting slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.

Artikel 5: Het bestuur
1. De stichting wordt bestuurd door een bestuur bestaande uit tenminste drie leden.
2. Om een goed begrip van de sectoren en de voorkomende vraagstukken te garanderen dient de sector dier zo breed mogelijk binnen het bestuur vertegenwoordigd te zijn.
3. Het bestuur stelt een rooster van aftreden vast, krachtens welk rooster elke vier jaar één bestuurslid aftreedt. Een volgens het rooster aftredend bestuurslid is terstond herbenoembaar.
4. Voor de eerste maal worden de bestuursleden bij de akte van oprichting benoemd.
5. In geval van een vacature in het bestuur voorziet het bestuur daarin zelve.
6. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld.
7. Alleen natuurlijke personen zijn benoembaar tot bestuurslid.
8. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
a. door aftreden volgens het eventuele rooster van aftreden;
b. op eigen verzoek door schriftelijk bedanken;
c. door faillissement of surséance van betaling;
d. indien schuldsaneringsregeling op hem/ haar van toepassing wordt;
e. door ondercuratelestelling;
f. door overlijden;
g. door ontslag verleend door het bestuur om gewichtige redenen;
h. door ontslag door de rechtbank op grond van het bepaalde bij de wet.
9. Het bestuur kan besluiten tot een vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten en beloning voor uitgevoerde werkzaamheden. Het bestuur verantwoordt zich jaarlijks openbaar over deze toegekende vergoedingen en beloningen in het jaarverslag.
10. Indien het bestuur tijdelijk niet kan voldoen aan de bepalingen van het 1e en 2e lid van dit artikel, blijft het niettemin bevoegd, onder gehoudenheid zo spoedig mogelijk zodanige maatregelen te treffen dat in de vacature(s) kan worden voorzien.

Artikel 6: Taken en bevoegdheden van het bestuur
1. Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de stichting.
2. Het bestuur is bevoegd overeenkomsten aan te gaan waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk mede-schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt, waarvan de waarde niet hoger is dan een hiervoor vooraf door het voltallige bestuur vast te stellen limiet welke zal worden vastgelegd in het huishoudelijk reglement. Het bestuur kan een bestuurslid en/of een derde machtiging verlenen om namens de stichting overeenkomsten aan te gaan binnen de in de volmacht nauwkeurig omschreven grenzen.
3. Het bestuur is bevoegd tot vertegenwoordiging van de stichting voor zover de wet niet anders bepaalt. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden. Het bestuur kan een bestuurslid en/of een derde machtiging verlenen om de stichting binnen de in de volmacht nauwkeurig omschreven grenzen te vertegenwoordigen.
4. Het bestuur is bevoegd om bij afwezigheid van een der bestuursleden, zijn/ haar taken aan een plaatsvervanger, hetzij binnen al dan buiten het bestuur, toe te wijzen voor een vooraf besproken en vastgelegde tijdsduur en hoedanigheid.

Artikel 7: Bestuursvergaderingen
1. Het bestuur vergadert tenminste éénmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of een ander bestuurslid zulks gewenst acht. De oproeping tot een vergadering geschiedt schriftelijk tenminste zeven dagen van tevoren – de dag der oproeping en die der vergadering niet meegerekend – onder vermelding van de plaats van de vergadering en de te behandelen onderwerpen.
2. Indien de bijeenroeping niet schriftelijk is geschied of onderwerpen aan de orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld, dan wel de bijeenroeping is geschied op een termijn korter dan zeven dagen, is een geldige besluitvorming van het bestuur niettemin mogelijk, mits in de betreffende vergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn en geen der bestuursleden zich alsdan tegen de besluitvorming verzet.
3. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter en bij diens afwezigheid door een door de vergadering aan te wijzen ander bestuurslid. Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen indien tenminste de helft van de in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is.
4. Van elke bestuursvergadering worden notulen gehouden door de secretaris of door een daartoe aangewezen bestuurslid. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in een volgende bestuursvergadering en ten blijke daarvan door de voorzitter en secretaris van die vergadering ondertekend.
5. Toegang tot de vergadering hebben de bestuursleden alsmede zij die daartoe door het bestuur worden toegelaten.
6. Een bestuurslid kan zich door een door hem daartoe schriftelijk gevolmachtigd medebestuurslid ter vergadering doen vertegenwoordigen. Een bestuurslid kan ten hoogste één mede-bestuurslid ter vergadering vertegenwoordigen.

Artikel 8: Besluitvorming bestuur
1. Ieder bestuurslid heeft één stem. Voor zover in deze statuten niet anders is bepaald, worden bestuursbesluiten genomen met een gewone meerderheid van de ter vergadering uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen wordt het voorstel in een volgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen wederom, dan is het voorstel verworpen. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze van stemming.
2. Buiten vergadering kunnen bestuursbesluiten worden genomen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en zij allen schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen deze wijze van besluitvorming te verzetten. Een besluit is alsdan genomen zodra de vereiste meerderheid van alle bestuursleden zich schriftelijk voor het voorstel heeft verklaard.

Artikel 9: Onverenigbaarheden
1. Teneinde belangenverstrengeling te voorkomen kan het bestuur niet bestaan uit personen die:
a. bestuurder, oprichter, aandeelhouder, of toezichthouder zijn van een entiteit die een rechtstreeks financieel belang heeft bij de behaalde resultaten van de stichting;
b. bestuurder, oprichter, aandeelhouder, of toezichthouder zijn van een entiteit waarvan de belangen strijdig zijn met die van de stichting;
c. in de eerste of tweede graad van bloedverwantschap staan tot, gehuwd is met, geregistreerd partner is van of een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert met overige bestuursleden;
2. Het bepaalde in art. 9, 1e lid onder a is niet van toepassing indien de betreffende entiteit doelstellingen heeft die volledig in overeenstemming zijn met de doelstellingen zoals bepaald in art. 3, 1e lid.

Artikel 10: Boekjaar en jaarstukken
1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht tot het houden van zodanige aantekeningen omtrent de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende haar werkzaamheden, dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
3. Het bestuur is verplicht binnen zes maanden na afloop van het boekjaar een balans en een staat van baten en lasten op te maken en op papier te stellen. De balans en staat van baten en lasten worden ontworpen door de penningmeester en aan het bestuur voorgelegd voor een door het bestuur te bepalen datum. Vaststelling door het bestuur van de door de penningmeester ontworpen stukken strekt tot decharge van de penningmeester.
4. Het bestuur is verplicht de in art. 10, 2e lid bedoelde stukken, boeken, bescheiden en andere gegevensdragers alsmede de balans en staat van baten en lasten zeven jaren lang te bewaren.

Artikel 11: Statutenwijziging
1. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot wijziging van de statuten.
2. Een besluit van het bestuur tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van twee derden van de stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Is een vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging aan de orde is, niet voltallig, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde bestuursleden rechtsgeldig omtrent het voorstel, zoals dit in de eerste vergadering aan de orde was, worden besloten, mits met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen.
3. Bij de oproeping tot de vergadering waarin een statutenwijziging zal worden voorgesteld, dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, te worden gevoegd.
4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het verlijden van een akte van statutenwijziging is ieder bestuurslid bevoegd.
5. Daar waar statuten voor nadere concretisering aanvulling op reeds bestaande bepalingen vereisen kan worden volstaan met een aanvullend reglement.

Artikel 12: aanvullende reglementen
1. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het opstellen van een huishoudelijk reglement en een personeelsreglement;
2. Het huishoudelijk reglement heeft ten doel bepalingen uit de statuten nader te concretiseren;
3. Het personeelsreglement heeft ten doel de rechtspositionele aspecten van de werknemers, zowel in dienstverband als freelance, te concretiseren;
4. Op de totstandkoming van aanvullende reglementen is het bepaalde in art. 11, 2e lid van overeenkomstige toepassing.
5. Bepalingen in aanvullende reglementen mogen niet in strijd zijn met de wet of met bepalingen in deze statuten.

Artikel 13: Ontbinding en vereffening
1. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot ontbinding der stichting.
2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in art. 11, 2e lid van overeenkomstige toepassing.
3. Bij het besluit tot ontbinding wordt tevens de bestemming van het liquidatiesaldo vastgesteld.
4. Na de ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders.
5. Een overschot na vereffening wordt uitgekeerd zoals door de vereffenaars te bepalen.
6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon.
7. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van titel 1, boek 2 van het burgerlijk wetboek van toepassing.

Artikel 14: Benoeming eerste bestuursleden
Tot bestuursleden van de stichting zijn voor eerste maal benoemd:
− in de functie van voorzitter mevrouw Barbra Middelkoop;
− De functies van secretaris en penningmeester zijn op het moment van oprichten nog vacant, en nader te vervullen.